Het begin

Voordat ik 6 jaar oud was, ben ik meermalen bijna gestorven. Al bij de geboorte ben ik bijna gestikt, had als baby kinkhoest, werd als kleuter gered van de verdrinkingsdood, en kwam ons gezin op weg naar Amerika bijna om in een orkaan op zee.

Ik vertel dit niet vanwege het verhaal zelf, maar omdat de dood, zowel bewust als onbewust, een thema in mijn leven werd. Ik ben op zoek gegaan naar vrijheid, maar vooral naar verlossing van het lichaam, verkramping en pijn. Van mens zijn. Zelfs het idee van verlichting werd een doel, tot ik uiteindelijk ‘Dat wat onsterfelijk is’ ontdekte.

Een glimp

Tijdens het verdrinken zag ik voor de eerste keer dat ik oneindig vrij ben, en niet bepaald word tot een lichaam.  In het begin van de bijna-dood-ervaring leek ik nog in mijn lijf te zitten, dat vocht om adem te halen. Maar op een bepaald moment was ik uit het lichaam getreden, en zag het lijfje IN Mij worstelen.

Er was zoveel ruimte, zo’n diepe vrede! En een neutraliteit die toch onmetelijk liefdevol was. Ik wás die liefdevolle aanwezigheid, voor wie het niet uitmaakte of het kind zou sterven of leven. Het was kalm, en ik wist dat ik die kalmte was. Maar zodra ik weer boven water kwam , leek ‘Ik’ onmiddellijk weer in het lichaam te huizen.

Omdat ik dit op zo’n jonge leeftijd meemaakte, waren er geen ‘volwassen’ woorden voor die ervaring. Ik beschreef het op een kinderlijke manier als ‘prachtige kleuren en mooie vissen’…maar het water was zo modderig, dát kon niet en ze lachten me uit.

Later maakte ik deze tekening.

 

In de hemel kijk ik stilletjes toe, maar op aarde is er worsteling zichtbaar en houd ik mijn tanden op elkaar geklemd. Wat een heldere verbeelding van wat ik toen ervaren heb, en wat een mooie illustratie van mijn spirituele zoektocht op latere leeftijd.

 

Onaantastbaar

Toen we een jaar later bijna schipbreuk leden, was die verruimende ervaring denk ik toch nog ‘dichtbij’. Ik voelde me als jong kind licht, vol vertrouwen en vrij.

Ik werd middenin de nacht wakker en vroeg mijn vader wat er  aan de hand was. Hij vertelde me dat het schip misschien zou vergaan. Ik voelde de spanning wel, maar op de een of andere manier zei het me niets. Ik antwoordde: “Wat kan mij dat schelen, dan word ik tóch een engel”, draaide me om en viel weer in slaap.

Nu wordt het steeds duidelijker dat wat we werkelijk zijn onaantastbaar is, altijd heel, en dus veilig, maar dat was toen natuurlijk nog geen bewuste ervaring.

 

Vergeten

Toen ik ouder werd verdween deze ervaring naar de achtergrond en bleef er slechts een vage herinnering over, ergens weggestopt in het onderbewuste. Ik werd bang.

Net als de meesten van ons begon ik aan te nemen dat ik een afgescheiden persoon was, en leerde mij aan te passen aan de normen van de opvoeding en 'het normaal' van de maatschappij.

Ik voelde me een buitenstaander, niet thuis in deze wereld. Ik was het gelukkigst als ik alleen in de natuur was, buiten wat 'rondrommelde', in mijn eigen fantasiewereld leefde, of creatief bezig was. Daarin kon ik mijzelf zijn, mij uiten en erin opgaan.

Uitdagende situaties, zoals ziekte, een scheiding of de dood van twee geliefden maakten mij in de loop der tijd steeds 'strakker' en verkrampt. Mijn lichaam verkeerde vaak in een staat van alertheid, alsof er een directe bedreiging was dat bevochten moest worden.

Ik wilde het leven ontvluchten, en kende tegelijkertijd een diep verlangen, maar wist toen niet waarnaar. Als gevolg daarvan had ik vaak fysieke pijn en ging op zoek naar verlossing. Ik keek in alle richtingen, zocht en zocht, omdat ik naar verlichting van dat diepe gevoel verlangde. En ik dacht het 'daar' te vinden was.

Herinnering

Op de meest onverwachte momenten maakte ik ineens prachtige ervaringen mee, staten van zijn, en openingen die glimpen boden van een andere realiteit. Middenin donkere tijden baadde ik ineens in het licht of bevond ik me in een vredige ruimte. soms was ik vervuld van een liefde waarvan ik tranen met tuiten huilde. en zo wendde ik mij tot spiritualiteit.

Mijn zoektocht in die richting was intens, alsof het een kwestie van leven en dood was. Het begon met het kopen van engelenkaartjes, edelstenen, of bepaalde kleding, in al mijn onschuld hopend dat het me dichter bij het Licht zou brengen.

In die tijd herinnerde ik me steeds vaker die eerste ervaring als jong kind. Het voelde alsof er een boodschap in besloten lag, iets van belang dat ik móest zien te vinden.  Maar ik vertaalde het op een persoonlijk level, en identificeerde me met de ervaring zelf, in plaats van waar het naar verwees. maar dat besef was er toen nog niet.

 

 

Non dualiteit

Toen ik voor het eerst over non dualiteit hoorde, voelde dat nieuw, en tegelijkertijd zo bekend. Het ontstak een vuur in mij.

Ik begon boek na boek over dat onderwerp te lezen, en meerdere leraren te bezoeken. Nederlandse zoals Naropa, maar daarnaast ook Adyashanti, Unmani, Jeff Foster, Mukti, en zag ontelbare filmpjes van Mooji. Ik stelde vragen waar kon, belde mensen op, deed alles om mijn honger naar antwoorden te stillen.

 

Wakker

En toen ontmoette ik Rupert Spira. Ik kwam thuis, en wist “hij is mijn leraar”. Ik begon zijn online webinars te volgen, bezocht retraites, bekeek elke video die beschikbaar was, raakte gewend aan de manier waarop hij het verwoordde, en mij keer op keer naar ‘mijzelf terug verwees’. Tot ik ineens wist: “Oh, ik ben het altijd Aanwezige!”. Mijn perspectief verschoof. Voorgoed. Ik keek niet langer vanuit een lichaam, maar vanuit Hier. Als en vanuit het Bewustzijn zelf.

Maandenlang was er een uitbundige vreugde, een gevoel van vrijheid en verwondering. Het maakte me niets uit of het denken nog op de proppen kwam met allerlei ideeën of doemgedachten. Ik wuifde het weg met een grijns: “Neem het maar op met de baas. Ik ben er niet”.

 

 

 

Het vast willen houden

Tot… er IN het besef van de ruimtelijkheid, van het altijd aawezige Zijn dat Ik is, dat ieder is, ineens oude patronen en residuën van afgescheidenheid en pijnlijke momenten uit mijn leven verrezen. De dood, overlevingsmechanismen en verkramping dienden zich aan. Angst, paniek, me vastklampen aan m’n lijf, contrôle proberen te krijgen, alles, de hele boel kwam langs.

Ik dacht dat het aan mij lag, dat ik iets fout gedaan had en ‘het’ verloren had.

Nu weet ik dat Wat wij zijn niet verloren kan gaan. Het is wat we Zijn! Het is er altijd, zoals de blauwe lucht ook achter de wolken aanwezig is. Het is de Bron, en de essentie van alles wat we kunnen ervaren.

De restanten van opgeslagen emoties rondom isolement en sterfelijkheid dienden zich aan, ter heling. Oftwel, om gezien te worden voor wat ze waren. En zijn. En waar ze wezenlijk uit bestaan. Maar in die tijd was ik zo teleurgesteld. Bijna ontredderd. Er was een intense weerstand, en ik probeerde het besef van Onmetelijkheid te gebruiken om het weg te krijgen. Om als ongrijpbaar Bewustzijn de boel te ontkennen, te negeren. Dat leek de goede weg, daar sommige leraren dat ook aanbevelen. En het kan voor een poos écht waardevol zijn. Om ons los te rukken van de identificatie en de oude manier van zien. Maar het deed zeer.

Terugleunen als ‘Wat ik echt ben’ werd een manier om me af te scheiden van het leven, van hoe het Bewustzijn zich uitdrukt als alle leven. Ik mocht nog ontdekken dat er echt maar Eén is.

Toen ik Rupert hoorde spreken over ‘inclusion”, om áls Bewustzijn, om vanuit het Aanwezige ‘terug te keren’ naar het lichaam, de wereld en gedachten, ging er een deur open. Het bleek mogelijk om te ontdekken dat de wezenlijke realiteit van alle leven het Zijn zelf is! Wat een opluchting! Niets hoeft weg, niets hoeft anders te zijn dan het is. Alles kan in een nieuw licht bezien worden, en zich openvouwen en openbaren als een dans van liefde, van Zijn. Dat wat ‘ik ben’ is, is hetzelfde als wat elke vorm van leven is. De IS-heid. Dát er leven IS! Er is eén Zijn, éen Bewust Kennend Zijn.

 

Spirituele ideeën

En toen werd ik net op tijd geopereerd, en besefte ik dat ik opnieuw had kunnen sterven. Het was een periode van stress, waarin ik oog in oog stond met een intense angst, maar waarin ik tegelijkertijd momenten van diepe vrede ervoer. Ik voelde me als een kind dat gedragen wilde worden, zich veilig wilde weten. En in een moment van totale  hulpeloosheid opende ik m’n handen en verrezen er vanuit het niets de woorden: “God, hier ben ik”.

Naderhand schaamde ik me. Had ik de pijn en confrontatie met m’n sterfelijkheid niet ‘vanuit vrede moeten ontmoeten’? Had ik gefaald? Het spirituele idee dat ik me onaantastbaar had moeten voelen, niet geraakt door de intense ervaring, deed zeer. Het denken probeerde Dat wat ik bén, Datgene dat altijd onaangeroerd is, na te doen. Een houding aan te nemen alsof het me allemaal niets deed.

 

Het lichaam

Er is zoveel te delen over het lichaam. Wat ik ‘eraan’ leerde. Het klinkt misschien gek, maar als ik terugblik, is mijn lichaam een belangrijke leraar geweest. En nog. Het laat me zoveel zien. De pijn, de angst, en de verkramping zijn een vorm van Liefde. Liefde in vermomming, mij ‘naar huis’ wenkend. Liefde die naar zichzelf terugkeert. Onthullend dat alles eruit bestaat en de essentie van alle leven uit het Bewuste Zijn, of Liefde, bestaat. Liefde die alle mechanismen ontmaskert. Soms meedogenloos. Liefde die dwars door alles heen sijpelt, totdat ik weet dat Het alles is, en vooral, altijd Zichzelf.

Ik vind het soms moeilijk om dat te vertrouwen. Maar het leven biedt inzichten, waardoor ik weet én ervaar, dat het echt zo is.

 

 

Ik zou liegen als ik pijn altijd op een kalme manier, of uberhaupt, aanvaard. Ik, Anneke, kan dat niet zomaar. De weerstand, het ‘nee zeggen’ tegen zulke ervaringen, en vooral vinden dat ik dat móet kunnen, is waar de pijn van isolement uit bestaat. Dat weet ik wél.

Ik dacht dat als ik wakker zou zijn,  ik dan op ‘een mooie manier’ met alle uitdagingen zou kunnen omgaan, het kon overlaten, en accepteren. Ik had een beeld van verlicht zijn. Het is een vorm van ‘Liefde doen’, van willen, van proberen, in plaats van overgave. In plaats van de levende ervaring dat ik het Onvoorwaardelijke bén.

Het is gewoon een andere vorm van onderdrukking en willen sturen van het leven. Een norm om aan te voldoen, maar nu een spirituele. Het komt uit het denken voort, aangewakkerd door het idee een op zichzelfstaand ik te zijn.

 

‘Uit de kast’

Ik kwam een video van Gangaji tegen die me raakte, en voelde me geroepen haar te schrijven. Ik kreeg een lidmaatschap voor ‘with Gangaji’ aangeboden,  en sloot mij aan bij het forum. Zij moedigden mij aan om kleine blogs te gaan schrijven, net als de anderen.

Ik vond dat eerst eng, maar ‘de sluisdeuren gingen open’, en de ene na de andere tekst stroomde naar buiten.

Het was zo vreugdevol om me uit te drukken, te delen wat ik uit eigen bevinding wist. Het voelde als een bekentenis, om er openlijk voor uit te komen dat dit mijn hart gestolen heeft, en dat Dit is wat ik ben.

Die periode bood de mogelijkheid om het ontdekte naar buiten te brengen. Het hardop uit te spreken. En dat deed iets met me. Het is een vorm van erkennen, ervoor gaan staan, niet net doen alsof het niet zo is, en ook om van daaruit wat zachtmoediger met de pijnpunten om te gaan, alles helderder te zien.

 

Steeds dieper afdalen in het dimensieloze

De ontdekkingen gaan steeds dieper en ik merk dat het zich voortdurend openvouwt, dat er vaker overgave is aan het leven zoals het zich voordoet, inzichten brengt, momenten van terugleunen. Dat ik meer vertrouw op de directe ervaring van Wat er altijd IS, in plaats van een leven te leiden dat gebaseerd is op aannames en overtuigingen. Ook al roert de diepste angst zich geregeld, en misschien wel tot aan mijn dood, ik weet wel: Dit is wat ik ben!

Het is belangrijk dit voor onszelf te zien. Het zelf te onderzoeken, bij onszelf te rade te gaan, zodat we niemand meer hoeven te gelóven. Het is fijn om uit de afhankelijkheid te stappen en steeds zekerder te weten: “Ja, dit wat leraren zeggen is waar, dit is wat ik zelf herken, dit is vooral ook wat ik erváar. En dús zelf weet”.

 

Alles raakt doordrenkt

Het is niet helemaal waar, deze titel, omdat alles wat gekend kan worden, elk verschijnsel al uit het Bewuste Zijn bestaat. En toch raakt alles beetje bij beetje doordrenkt met dit besef. Het wordt duidelijk dat alles in het leven, dus ook het lichaam, uit Stilte of liefdevolle Aanwezigheid bestaat. Ook als we dat nog niet beseffen. Het is altijd en dus ook nu al zo.

Dat betekent niet, ook al kán het wel, dat alle residuen van afgescheidenheid in éen klap verdwenen zijn. Dat heeft ook te maken met de mate van identificatie en hoe ons leven er tot aan het moment van ontwaken uit ziet.

Daar waar we keer op keer aangenomen hebben dat we het lichaam zijn, is het vaak ook nodig om ons steeds weer te herinneren dat we het Licht zijn, de Bewuste Aanwezigheid, het Zijn zelf dat open, onbegrensd, vredig en vrij is.

 

 

We ‘vertellen’ het lichaam, ons system telkens weer dat er een andere realiteit bestaat, die ook echt als zodanig ervaren kan worden. Dan wordt het een geleefde werkelijkheid. Dan kan en mag angst er zijn, en als sensatie zichzelf uitwerken…of niet.

Dan sijpelt het besef langzaam door in elke ervaring. De residuen raken doordrenkt met dat besef. Het besef dat er echt alléen onbegrensde vrijheid is.

Niets van wat ik beschrijf exclusief is. We hebben allemaal, op elk moment, ‘toegang’ tot dit besef. Het behoort niemand toe, het is niet ‘van mij’. Het is van niets of niemand. Het IS datgene wat aan alles voorafgaat en waar alles uit bestaat.

 

Onverdeeld

Ik kijk naar de lucht, hoor een vliegtuig, en het getsjilp van de vogels. De wind strijkt langs mijn huid terwijl ik mijn aandacht bewust in het altijd Aanwezige laat rusten, in Dat wat ik werkelijk ben. Alles lijkt wel ‘plat’, zonder dimensie, het is éen geheel, niets is afgebakend of begrensd. Het is zo intiem, zo prachtig! Mijn voetstappen, iemand die de weg vraagt. De eenvoud, het Nu zonder tijd.

Ervaringen gemaakt uit Zijn. Bewust Zijn. Ik ben Dat. Jij bent Dat. Dit! Hier! Nu! Het onmiddellijke, onmetelijke, simpele Zijn.

Dit is de ware betekenis van heling. De ontdekking van wat al vervuld en Heel is. Dat onze ware natuur in al dat leeft ‘verborgen’ ligt. Totdat we het ontdekken! En herkennen. Her-kennen!

Dan kunnen we in alle eerlijkheid zeggen: “Ja, ik weet dat ik dit ben”.

Dat het zo simpel is! Dat dit is waar ik naar verlangde! Oneindig, heel, altijd aanwezig, open, verrijzend als het leven dat we kennen. het lichaam in Mij, en IK als een lichaam, het Vormeloze in vorm, het Tijdloze  als tijd, het Onpersoonlijke als het persoonlijke.

 

IK als een jij. IK als een ik.

 

Stilletjes aanwezig 'in de lucht'....en tegelijk voluit levend, als mens, als een Anneke hier 'op aarde'.